| Droomuitleg bij de Iroqui Indianen |
|
|
|
Het lukte de Jezuïeten missionarissen indertijd niet om de Iroquis Indianen te bekeren. Want een Iroquis-droom vertelde dat ‘de duivel in alle witte mensen zat’. Maar we hebben wel het fascinerende, allereerste antropologische onderzoek naar dromen overgehouden aan het verblijf van de Jezuïeten in de 17e eeuw in noordoost Amerika.
Sigmund Freud en de Iroquis zouden het misschien wel eens kunnen worden over dromen. Want volgens de Iroquis maakt de ziel haar wensen door dromen kenbaar. Als die wensen niet worden vervuld, wordt de ziel boos. En dat kan ziekte of zelfs iemands dood ten gevolge hebben.
Bij geestesziekte of lichamelijke ziekte was meestal een ceremonie nodig om de ziel tevreden te stellen. Belangrijk was dat de omgeving deze wensen vervulde. Soms gaven dromen niet zozeer de wensen van je eigen ziel weer, maar van een bovennatuurlijk wezen dat je ziel ontmoette tijdens een droom. Dit soort dromen moesten worden vervuld om nationale ramp te voorkomen. Vaak werden daartoe offers gebracht. De dromer zelf kreeg door dit soort dromen vaak groot aanzien binnen de stam. Een van deze dromen gaf bijvoorbeeld het bevel ‘de twee zwarte habijten uit het dorp te jagen.’
Dromen waarin sprake was van vijandigheid tegenover andere volken werden vervuld, bijvoorbeeld door ten oorlog te trekken. Vijandige dromen tegen leden van de stam daarentegen werden op symbolische wijze vervuld.
En dan waren er nog de dromen waarin iemand een bovennatuurlijke macht ontmoette die dan daarna, ook overdag, zijn beschermgeest werd. Een beschermer die speciale macht gaf. Zoals waarzeggersmacht, of geluk en bekwaamheid bij de jacht, of moed in de oorlog. Met name helderzienden hadden geleide geesten met grote macht. |




