Gastcolumnist: Harry Stroeken Afdrukken

Harry StroekenFreuds Droomduiding is al meer dan een eeuw oud. Zijn Freuds ideeën over dromen nog relevant anno nu? Psychoanalyticus Harry Stroeken geeft zijn visie.

 

Dromen maken nieuwsgierig. Die psychische activiteiten tijdens de slaap lijken ons soms in contact te kunnen brengen met een onbekende wereld. Je hebt er niet helemaal greep op en dat maakt ze griezelig en fascinerend tegelijk. Iedereen droomt elke nacht, al herinneren velen zich daar nauwelijks iets van.

We lopen niet met onze dromen te koop, ze behoren tot onze binnenste wereld, ons privé-theater. Niemand anders heeft toegang tot dat privé-domein. Wanneer je je droom vertelt, loop je kans iets wezenlijks van jezelf te onthullen. Wie spreekt over dromen, spreekt over een persoonlijke belevenis, iets subjectiefs. Over de vertelde droom hebben wij het hier, want als hij niet verteld wordt (of op een andere manier wordt uitgebeeld, bijvoorbeeld in een schilderij of in muziek) hebben wij er geen toegang toe.

We weten nu veel meer van de REMslaap

Vergeleken met een eeuw geleden vond enorme uitbreiding plaats van onze kennis over slapen en dromen. Freuds Die Traumdeutung verscheen in 1900 en nu leven we ruim een eeuw later. Sedert wij meting kunnen verrichten van de elektrische activiteit op hersenniveau tijdens de slaap, vooral sedert wij weten van de REM slaap (1953) met talloze vervolgonderzoeken, is onze kennis enorm toegenomen. Zo weten we meer over de duur van de droom en over welke hersendelen daarbij actief zijn.

Slapen is helemaal niet zo rustig

We weten nu dat de gezonde slaper niet iemand is die snel in slaap valt, de hele nacht in diepe slaap blijft en in de ochtend fris weer wakker wordt. Nee, op gezette tijden komt de slaper uit zijn diepe slaap omhoog, lijkt wakker te worden, verbruikt veel energie, het EEG gaat wild op en neer, de ogen bewegen snel en handen en voeten maken snelle onwillekeurige bewegingen. Na een tijdje keert de rust terug en valt hij weer in diepe slaap. Na ongeveer anderhalf uur herhaalt dat proces zich weer. En dat een keer of vier - vijf per nacht. Allemaal dingen die Freud niet wist en niet kon weten.

Alleen lagere hersendelen bij dromen betrokken?

Een tijd lang schoof men Freud terzijde als volkomen achterhaald en irrelevant. Vooral toen men - achteraf gezien ten onrechte - dacht dat dromen uitsluitend een automatisme vormen van de lagere hersendelen, waar menselijke emoties geen rol spelen. Maar later bleek dat ook hogere hersendelen onmisbaar zijn voor het dromen en komt de huidige stand van de wetenschap meer overeen met Freuds voorstelling van zaken. Nu vindt men dat de gemeten hersenactiviteit een noodzakelijke voorwaarde is voor het dromen, maar geen voldoende. Dromen zijn zoveel meer dan het EEG: de hele leefwereld van de dromer komt erin tot uiting. Het EEG en de droom vormen twee complementaire gegevenheden.

Droominterpretatie

Voor de droominterpretatie, het droomgesprek brengt onze nieuwe kennis weinig. We zijn nog steeds aangewezen op 'zachte, hermeneutische' werkwijzen. Maar wie dromen daarom als geheel zinloos beschouwt, verwijdert zich van een eeuwenlange traditie. Het gaat ook in tegen het gevoelen van veel dromers. Bovendien kan men in psychotherapie ervaren hoe zinvol een gesprek kan zijn naar aanleiding van dromen. Dat kan onverwachte perspectieven openen. Wat Freud bijvoorbeeld schreef over de dagrest, over de mechanismen van de droomvervorming, vooral verdichting, over primair en secundair proces is nog steeds relevant. Waar het gaat om droomduiding hebben de zaken zich minder gewijzigd door laboratorium onderzoek als wel door veranderingen binnen psychoanalyse en psychotherapie. Ik noem enige accentverschuivingen.

Tegenwoordig valt de nadruk sterker op het relationele aspect van iedere psychotherapie: een droom blijkt vaak uit te drukken hoe de cliënt de therapeut en de therapeutische situatie beleeft. Freuds stelling dat de droom altijd een wensvervulling vormt is gerelativeerd. Belangrijker nog is dat nu niet meer gestreefd wordt naar een volledige duiding van de droom. Het accent ligt sterker op samenwerking tussen de dromer en de psychotherapeut. De dromer is in principe de enige die kan vertellen wat zijn droom betekent: zijn invallen zijn bepalend.

Harry (prof.dr. h.p.j.) Stroeken voert een psychotherapeutische praktijk te Utrecht. Hij publiceerde in 2005 Dromen Brein en betekenis (Boom, Amsterdam).
Begin 2007 publiceert hij samen met Josée Winters Een psychoanalytisch proces van twee kanten bekeken (Nelissen, Soest).