Robert Bosnak over dromen van een aidspatient Afdrukken

'Ik rijd met mijn cabriolet naar beneden, naar de rivier. Er zijn veel mensen. De sfeer is druk en vol plezier. Ik loop op de menigte toe. Maar het lijkt wel of niemand me ziet. Ik ben helemaal alleen. En loop door een menigte mensen die me niet lijken te zien. Ik voel me geïsoleerd. Dan zie ik in de modder een heel klein gouden muntje liggen. Ik raap het op. Het is buitengewoon kostbaar'.

Christopher

Dit is een droom van Christopher, een droom over alleen zijn, geïsoleerd voelen. En over een heel klein kostbaar beetje levensenergie.

Cristopher is een patiënt van Robert Bosnak, een Nederlandse Jungiaans geïnspireerde therapeut die werkt in Amerika en tegenwoordig in Australië. Christopher, patiënt, maat, reisgenoot en uiteindelijk ook gerespecteerde en gewaardeerde vriend deelt zijn dromen met Bosnak. Dromen die de basis vormen voor dit boek.

Maar eerst even terug naar het begin

Zeer tegen zijn zin aanvaardt Bosnak Christopher op diens uitdrukkelijke verzoek als patiënt. Christophers vraag: 'genees mij van mijn homoseksualiteit'. Een vraag waar Bosnak zich heel ongemakkelijk bij voelt. En het verloop van hun samenwerking zal een heel andere wending nemen.

Christopher, even oud als Bosnak, heeft een roerig leven achter de rug. Afkomstig uit een presbyteriaans gezin uit het zuiden van de VS, weet Christopher alles van de vooroordelen en uitsluiting waar homo's in sommige kringen in de VS mee te maken hebben. Predikant had hij eerst willen worden, maar hij komt terecht in de snelle modewereld met de mooie jongens.

Christopher wil niets liever dan zijn dromen vertellen aan Bosnak, want zo zegt hij 'dromen geven me het gevoel dat ik in contact ben met mijn ziel'.

Een jaar nadat Bosnak en Christopher elkaar voor het eerst ontmoeten, blijkt Christopher aids te hebben.

Belangrijk thema in de dromen van Christopher

Vochtigheid en vooral het afnemen van vitale vochtigheid vormt

naarmate Christopher zieker wordt, een duidelijk droomthema. Zo droomt Christopher snel nadat de diagnose is gesteld, dat hij een vochtig en kraakbeenachtig vitaal orgaan uit zijn lichaam trekt. Een tijdje later droomt hij van een bloedzuigende spin in een van zijn schoenen. Ook is er de sappige intens groene avocadoachtige vrucht die zo vochtig smaakt op de lippen, en later, niet lang voor zijn dood droomt Cristopher van gele en groene doorschijnende kalebassen. En vraagt Bosnak zich af 'hoeveel droge hitte nodig is om een sappige groene vrucht te veranderen in opaalachtig glas?'.

 

Bosnak maakt ons in een eerlijk en fascinerend verslag deelgenoot van zijn schuldgevoel, plaatsvervangende woede over wat Christopher als homo meemaakt, hoe hij het intense proces met Cristopher even loslaat op vakantie, zijn schuldgevoel daarna, soms paniek, bezorgdheid, zijn intense betrokkenheid, hun humor samen, de erotische spanning af en toe, zijn verdriet, en vooral ook zijn respect voor de steeds zieker wordende man. Respect om meerdere redenen, maar onder andere omdat deze uitgeputte man er zo voor gaat om zijn dromen te delen. Bosnak is de reisgenoot, die de aftakeling meemaakt, en die met Christopher meereist tot het einde.

Het is een eerlijk en zeer herkenbaar verslag. Je zou het boek bijna als een roman kunnen lezen. Christopher heeft soms het idee dat zijn dromen nog het enige zijn dat hij heeft te geven. Christopher en Robert Bosnak besluiten samen een boek te schrijven over Christophers droomproces. Maar als het boek uiteindelijk wordt geschreven is Christopher er al niet meer.

Maar toch zijn de laatste regels van het boek:

'We zouden dit boek samen gaan schrijven, jij en ik.

En dat hebben we ook gedaan'.

Lezen dit boek

als je aids hebt

als je iemand kent die aids heeft

als je te maken hebt met leven en dood

als tijdsdocument van het homoleven in de tachtiger jaren in de VS.

 

En natuurlijk, bovenal lezen, als je hart klopt voor dromen. De vele voorbeelden van dromen in het boek, brengen het proces van Christopher en Robert concreet en indringend naar je toe.

Robert Bosnak
Dromen met een aidspatient
Lemniscaat, Rotterdam, 1989