Boeddhisme Afdrukken

Wat zeggen de verschillende boeddhistische tradities over dromen? Over dromen als illusies van de geest, droomyoga en het onderscheid tussen karmische en heldere dromen.
Luister hier naar een interview op de Boeddhistische Omroep met Ada de Boer over ´Dromen en boeddhisme´.

Droom als metafoorImage

Alle tradities binnen het boeddhisme gebruiken dromen als metafoor om de voorbijgaande aard van alle verschijnselen te illustreren. Deze worden vergeleken met een vallende ster, een illusie, een flakkerende boterlamp, een dauwdruppel bij de dageraad, een bliksemflits, overdrijvende wolken of.... met een droom.

De verlichting of het uiteindelijke inzicht in onze ware aard ziet men dan als het ontwaken uit een droom of nachtmerrie. Het boeddhisme zegt dus niet dat waken en dromen hetzelfde zijn, zoals soms wel eens wordt gedacht.

Er is wel degelijk een verschil tussen droom- en waakwereld, hoewel het mentale proces hetzelfde is tijdens zowel dromen als waken. Het boeddhisme ziet dromen als een weerspiegeling van mentale verschijnselen. Deze hebben geen bijzondere betekenis en zeer zeker moeten we ons niet aan onze droombeelden hechten.

Droominterpretatie binnen het boeddhisme

De meeste boeddhistische tradities houden zich dan ook niet of nauwelijks bezig met droominterpretatie.

Toch staat in een van de soetra's, dus de boeddhistische geschriften, een vorm van droominterpretatie beschreven.

De gewaarwordingen van de zes zintuigen worden in deze sutra gecombineerd met de drie 'vergiften', n.l. begeerte, afkeer en onwetendheid. Begeerte bij het horen bijvoorbeeld, kan resulteren in een droom over een mooie vrouw die een instrument bespeelt en zingt. De combinatie afkeer en reuk vinden we terug in een droom over de stank van rottende karkassen.

Droomproces

Wat men binnen het boeddhisme wel belangrijk vindt, is het bewustzijn tijdens het droomproces. Zowel bij Zen als Vipassana beoefening kan de beoefenaar de meditatie 's nachts tijdens het dromen voortzetten. Zo raadt de 14e eeuwse Zenleraar Bassui zijn leerlingen aan: 'wanneer u zit of staat, werkt of slaapt, blijf uzelf tot de bodem onderzoeken met de vraag 'wat is mijn eigen Geest?'.

Soms geven Zenleraren wel het advies om te proberen minder te dromen, door bijvoorbeeld minder te slapen of door in een bepaalde houding te slapen.

Over het algemeen zien Zen-beoefenaren dromen vooral als verstorende verschijnselen.

Karmische en heldere dromen

Binnen het Tibetaans of Vajrayana boeddhisme is er meer aandacht voor dromen, zoals de beoefening van de droomyoga.

Ook wordt vaak onderscheid gemaakt tussen twee soorten dromen:

· Dromen die voortkomen uit karmische sporen. Karmisch bepaalde dromen kunnen zowel betrekking hebben op recente gebeurtenissen, als op onze jeugd of voorgaande levens

· Dromen die voortvloeien uit helderheid van onze geest. Het kan hierbij gaan om lucide, helderziende of voorspellende dromen of dromen over de leraar en de voortgang van het meditatieproces.

 

Zie ook: Droomyoga

Namkhai Norbu Rinpoche: Droomyoga, het natuurlijke licht van de nacht
Dromen in het boeddhisme
Lezing: boeddhistische visie op dromen

 

Foto door Joerg Lippmann www.donalbain.de (cc) BY-NC-SA 2.0