Riekje Boswijk-Hummel: gastcolumniste PDF Afdrukken E-mailadres

Riekje BoswijkRiekje Boswijk-Hummel werkte meer dan twintig jaar als therapeute en opleidster samen met haar man Jan Boswijk aan de Opleiding voor Transpersoonlijke Psychotherapie in Centrum Boswijk.
Riekje schreef over haar ervaringen diverse boeken, onder andere: Afscheid nemen en Ruzie en Troost. De laatste jaren verdiept Riekje zich in christelijke mystiek en boeddhisme.

 

 

In onze therapiegroepen bestond altijd een vast ritueel: iedere ochtend vroegen we onze deelnemers hun dromen te vertellen. Ik vond die dromenrondjes altijd geweldig. Ik ben nu eenmaal gek op absurde verhalen en de meeste dromen bevatten heerlijk absurde, soms zelfs bizarre verhalen.

Ik heb altijd genoten van de merkwaardige avonturen van 'de dromers' die in hun dromen bijvoorbeeld werden achtervolgd; die tot hun grote verbazing verhongerde of juist vrolijk lachende baby's aantroffen op de meest afgelegen plaatsen; die zich bevonden in alle mogelijke behuizingen, zoals torenhoge flats, bescheiden rijtjeshuizen, riante, soms op instorten staande landhuizen; die het te stellen hadden met leeuwen, slangen, olifanten, mieren, die ze tegen het lijf liepen in bossen, woestijnen, volkstuintjes of op stranden, waar ze zich verplaatsten op of in al dan niet deugdelijke vervoermiddelen zoals fietsen met ronde of vierkante wielen, auto's die gaande de rit soms al hun onderdelen verloren, houten karren die opeens met een vaart van 100 kilometer wegspurtten, vliegtuigen, onderzeeërs.

Kortom: je kunt het zo gek niet bedenken of het komt voor in dromen. Prachtige sprookjes!

Blik in je innerlijke wereld

Maar behalve dat mijn plezier in absurdisme door dergelijke dromen werd bevredigd, waardeerde ik ze natuurlijk ook omdat dromen therapeutisch gezien van het grootste belang zijn: ze geven een ongecensureerde inkijk in de innerlijke wereld van de cliënt. Met ongecensureerd bedoel ik dat de droombeelden stuk voor stuk gedachten, gevoelens, overtuigingen, emoties, karaktertrekken, wat ook maar, verbeelden, waar de cliënt bij waakbewustzijn vaak niet bij kan komen omdat hij ze heeft weggeduwd: ze zijn te pijnlijk, te beschamend, te opwindend, of op zijn minst volslagen onbekend. Als therapeut ben je natuurlijk altijd juist geïnteresseerd in die onbewust gemaakte bewustzijnsinhouden en door volgens de Gestaltprincipes met de dromen te werken stel je de dromer in staat zich weer met dergelijke verdrongen bewustzijnsinhouden te verbinden.

Jezelf herkennen in je droombeelden

Het Gestaltprincipe houdt in dat je alles bent wat je droomt. (Dit geldt niet voor alle dromen) Therapeutisch-praktisch betekent dit dat je de dromer vraagt om zich te identificeren met ieder onderdeel van de droom door simpelweg te zeggen:'Ik' ben... en dan te zeggen wat het eerste in hem opkomt. Dus: 'Ik ben een baby en ik voel me totaal verlaten. Of:'Ik ben een huis en ik voel dat ik in elkaar zak. Ik houd het niet meer!'

Bijna altijd blijken cliënten, soms na enige weerstand, te herkennen wat ze zeggen: de verwaarloosde baby vertegenwoordigt bijvoorbeeld de behoefte aan aandacht, warmte en tederheid waaraan ze in hun dagelijks leven geen enkele aandacht besteden; Het instortende huis vertegenwoordigt hun lichamelijke gezondheid die inderdaad niet al te best is, maar waar ze ook liever niet bij stil staan.

Dromer is verantwoordelijk

Het mooie van deze manier van werken is dat niet alleen alle verantwoording voor de beelden bij de cliënt zelf ligt. Hij heeft ze allemaal zelf 'geproduceerd' in zijn droom, maar ook de interpretaties komen van niemand anders dan van hemzelf. De therapeut kan en mag zijn droombeelden niet uitleggen. Als een cliënt bijvoorbeeld van een hond droomt, kan de therapeut absoluut niet invullen wat die hond voor de cliënt betekent. Dat kan alleen de cliënt zelf. Hij kan bijvoorbeeld zeggen: 'Ik ben een hond, ik ben trouw aan mijn baas'. Maar ook: 'Ik ben een hond en ik bijt iedereen die te dicht in mijn buurt komt'. De hond kan dus geassocieerd zijn met liefde en aanhankelijkheid (eventueel zelfs onderdanigheid!); maar ook met vijandigheid, met tanden en het vermogen om van zich af te bijten.

En dat maakt het werken met dromen extra verrassend. Niet alleen het verhaal is opmerkelijk, maar ook de uitleg die stukje bij beetje door de cliënt wordt opgedist is heel erg verrassend. Vaak gaven cliënten een betekenis aan droombeelden waar ik absoluut niet aan gedacht zou hebben! En dat is iets waar ik erg van houd; verrassingen!

Werken met dromen is leuk

Kortom: werken met dromen vond ik altijd leuk. Ze geven een directe toegang naar gebieden die normaal gesproken minder gemakkelijk bereikbaar zijn. Voor mij zijn dromen geen bedrog; ze bieden in veel gevallen een realistischer kijk op de gemoedstoestand van de dromer dan zijn dagdagelijkse visie. Helaas komt het nog maar zelden voor dat ik met cliënten aan hun dromen werk, omdat ik het overgrote deel van mijn therapeutische en opleidingswerk heb neergelegd. Maar gelukkig hebben Jan en ik in de loop der jaren een groot aantal therapeuten opgeleid die ons werk met hart en ziel voortzetten. Zij vertellen me nog wel eens hoe ze met een leuke, opmerkelijke of ontroerende droom van een cliënt hebben gewerkt. Meestal heb ik dan grote waardering voor de manier waarop ze dat doen en soms krijg ik dan heimwee naar 'het werk': wat was het toch leuk: werken met dromen.

 

© www.droomnet.nl